Einde van de late gotiek

De schilderkunst van de renaissance brak na omstreeks 1520 geleidelijk aan door in de Nederlanden. Figuren werden krachtiger geschilderd dan voorheen, architectuurmotieven verschenen die ontleend zijn aan de klassieke architectuur, schilderijen werden ruimtelijker en de opbouw van landschappen werd mettertijd steeds gecompliceerder.

Een werk uit de overgangsperiode van laatgotiek naar renaissance is het drieluik dat Jacob Cornelisz van Oostzanen (ca. 1472-1533) schilderde in opdracht van de Bosschenaar Joris Sampson. Het paneel is uiteindelijk terecht gekomen in de parochie van Maria Presentatie in Aarle-Rixtel.

Een van de schilders die gezien kan worden als een vertegenwoordiger van de Zuidnederlandse renaissance, Pieter Coecke van Aelst (1502-1550), maakte rond 1530 een drieluik met de aanbidding door de Drie Koningen voor het klooster van de Franciscanen van Den Bosch. De kenmerken van de renaissance zijn daarin wat duidelijker herkenbaar in de vele klassiek geïnspireerde motieven.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon