Jheronimus Bosch ('s-Hertogenbosch ca. 1450 - 's-Hertogenbosch 1516)
Jheronimus Bosch werd omstreeks 1450 in Den Bosch geboren als Jeroen (of Joen) van Aken. Zijn vader en grootvader waren ook schilders en waren mogelijk betrokken bij de beschildering van de Sint-Jan. Waarschijnlijk heeft hij in het familie-atelier zijn vak geleerd. Er zijn nog vele vragen over zijn opleiding die onbeantwoord zijn. Ook over zijn schilderactiviteiten in 's-Hertogenbosch en vooral voor Bossche opdrachtgevers, bestaat allerminst duidelijkheid.
Het is opmerkelijk dat Bosch zo weinig opdrachten heeft gekregen van Bossche instellingen. Van het stadsbestuur is geen enkele opdracht bekend. Het kapittel van de Sint Jan heeft wellicht één opdracht verstrekt. Voor de Illustre Lieve Broederschap schilderde hij enkele luiken van het broederschapsaltaar waarvoor Aert van Wesel de sculpturen had gemaakt, maar waarschijnlijk was dit geen opdracht maar een tegenprestatie na zijn eervolle opname in dit gezelschap. Ook van opdrachten van particulieren uit de stad is weinig met zekerheid bekend.
Toch is het veelzeggend dat Bosch, die van tamelijk nederige komaf was, werd opgenomen als gezworen broeder in de Illustre Broederschap van Onze Lieve Vrouw. Het duidt op een zekere reputatie van de schilder. Ook Alart Duhameel en Jan Heyns, de loodsmeesters van de Sint-Jan, waren lid van de broederschap. Zijn lidmaatschap kan echter ook verband houden met zijn huwelijk met Alyd van de Meervenne die afkomstig was uit een gegoede familie die relaties onderhield met de bestuurlijke elite.
Feit blijft dat zijn reputatie als schilder pas dateert uit de laatste jaren van zijn leven. Waarschijnlijk heeft hij ook toen de bijnaam 'Bosch' gekregen, een verwijzing naar zijn woonplaats. Hij overleed in 1516.
De vele onduidelijkheden over het leven en de loopbaan van Bosch worden nog extra intrigerend omdat er ook vragen zijn over de originaliteit van een deel van zijn werk. Niet alleen excelleerde hij door zijn schildertechniek. Bosch had ook een voor zijn tijd baanbrekende kijk op de wijze waarop schilderijen ruimtelijk moesten worden opgebouwd. Daarnaast verwerkte hij graag motieven die strikt genomen allemaal passen in de laatgotische beeldentaal, maar in zijn werk in een hoge concentratie voorkomen. Deze nog steeds niet in details ontcijferde symboliek vormt een van de intrigerende aspecten van het fenomeen Bosch.
