
Anonieme navolger van Jheronimus Bosch. De aanbidding door de herders en de koningen. Olieverf op paneel, 16de eeuw. 's-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum.

De erfenis van Jheronimus Bosch
De reputatie van Jheronimus Bosch na zijn dood in 1516 heeft niet in alle opzichten verhelderend gewerkt op het beeld dat we van zijn werk hebben. Met name rijke particulieren in Spanje en de Zuidelijke Nederlanden waren geobsedeerd door de bizarre aspecten die in een aantal (maar lang niet alle) schilderijen van Bosch te vinden waren.
Dat leidde tot vele navolgingen van goede tot matige kwaliteit en tot schilderijen die 'in de trant van Bosch' werden vervaardigd en die - zoals in die tijd niet ongebruikelijk - zonder artistieke scrupules gesigneerd werden met 'Hieronymus Bosch'. Lange tijd werden deze schilderijen tot het oeuvre van Bosch gerekend wat het oordeel over de wel door hem gemaakte schilderijen beïnvloed en zelfs vertroebeld heeft. Een klein paneeltje met de heilige Antonius omgeven door een overdaad aan kleine duiveltjes is zo'n werk 'in de trant van'.
Bosch zelf hanteerde een andere schilderstijl en een vergelijkbare compositie met zoveel monstertjes is in zijn geschilderde oeuvre niet aanwijsbaar. Toch is een aantal van die navolgingen wel van belang voor onze kennis over Bosch en het begrijpen van zijn beeldtaal, vooral wanneer het gaat om kopieën of navolgingen gaat die gebaseerd zijn op verloren werk van Bosch. Het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch is in het bezit van enkele van die navolgingen. Daaronder bevinden enkele voorstellingen van de Aanbidding van het Kind en panelen met de Bekoringen van Sint-Antonius.
Vanaf de jaren zestig van de 16de eeuw werd een grote reeks gravures gemaakt door onder meer Hiëronymus Cock naar het werk van Bosch. Deze gravures droegen in niet geringe mate bij aan de bekendheid van Bosch, maar ook stimuleerden ze het al dan niet correct navolgen van zijn beeldtaal.