Schilderkunst

De economische problemen van Brabant in het tweede kwart van de 16de eeuw, gevolgd door de ellende van de oorlogen met Gelre, de religieuze spanningen en het uitbreken, in 1568, van de oorlog tussen de Nederlanden en Spanje met zijn vele belegeringen van Noord-Brabantse steden, vormden een slechte voedingsbodem voor een bloeiend artistiek leven. Na de dood van Jheronimus Bosch in 1516 gebeurde er dan ook lange tijd niets van betekenis. Dat wil niet zeggen dat het noorden van Brabant geen talentvolle schilders voortbracht, maar zij trokken weg naar de Zuidelijke Nederlanden of - zij het in mindere mate - naar Holland en bleven daar dan ook meestal. Wellicht dat Pieter Bruegel (zijn geboorteplaats is onzeker) een van die Noord-Brabanders was die in het zuiden zijn geluk zocht en vond. 

Opdrachtgevers in Noord-Brabant, kerken, kloosters en in toenemende mate ook particulieren, konden terecht bij over het algemeen wat minder getalenteerde schilders die in de Noord-Brabantse steden bleven wonen, of bestelden werk bij opdrachtgevers in het noorden of in de steden van Zuid-Nederland, met name in Brussel en Antwerpen. Pas na de Tachtigjarige Oorlog verbeterde het culturele klimaat. Theodoor van Thulden, die in Antwerpen carrière had gemaakt, keerde terug naar zijn geboortestad Den Bosch en werkte voor zowel Noord-Nederlandse als Zuid-Nederlandse opdrachtgevers. Dit hoofdstuk bespreekt de drie voor Brabant relevante categorieën van schilders: zij die uit Noord-Brabant vertrokken, zij die er terugkwamen of bleven, en de kunstenaars elders die voor Brabantse opdrachtgevers werkten.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon