Theodoor van Thulden ('s-Hertogenbosch 1606 - 's-Hertogenbosch 1669)

Theodoor van Thulden werd in 1606 geboren in een gegoede familie. Waarschijnlijk bezocht hij daar het in 1610 opgerichte Jezuïtencollege. In 1620 of 1621 vertrok hij naar Antwerpen voor zijn artistieke ontwikkeling. Hij werd er ingeschreven als leerling van de portretschilder Abraham Blyenberch. Waar Van Thulden terecht kwam na diens dood in 1623 is niet helemaal duidelijk. Er zijn aanwijzingen dat hij in het atelier van Rubens kan hebben gewerkt, maar het is niet waarschijnlijk dat hij ook zijn leerling was. In 1626-1627 werd hij vermeld als zelfstandig meester. Tussen 1631 en 1634 verbleef hij, zoals veel jonge schilders in zijn tijd, in Parijs waar hij zich verdiepte in de schilderingen uit de School van Fontainebleau. 

In 1634 werd Rubens belast met het ontwerp van triomfbogen en andere decoraties voor de plechtige intrede van de nieuwe gouverneur, Don Ferdinand. Rubens trok voor de uitvoering daarvan een groot aantal andere kunstenaars aan. Een van hen was Theodoor van Thulden die inmiddels een bekend kunstenaar was geworden. Ook was hij in 1635 getrouwd met Maria van Balen, het petekind van Rubens en dochter van de bekende Antwerpse schilder Hendrick van Balen de Oude. In 1636 had hij het poorterschap van de stad Antwerpen gekregen en een jaar later kocht hij er een huis aan de Vrijdagmarkt. In 1637 werd hij opnieuw door Rubens bij een grote opdracht betrokken.

Waarschijnlijk waren financiële problemen en moeilijkheden met het Sint-Lucasgilde voor Van Thulden de aanleiding om in 1644 te vertrekken uit Antwerpen en zich te vestigen in Oirschot, waar ook zijn ouders geruime tijd hadden gewoond. Vrijwel onmiddellijk kreeg hij opdrachtgevers uit zijn geboortestad Den Bosch. In 1646 schilderde hij zijn eerste doek in opdracht van het stadsbestuur. Aangenomen wordt dat hij zich rond die tijd ook metterwoon in die stad gevestigd heeft.

Na de Vrede van Munster van 1648 schilderde hij voor opdrachtgevers uit zowel de noordelijke als de zuidelijke Nederlanden. Hij werkte onder meer in opdracht van Amalia van Solms, de weduwe van Frederik Hendrik en andere Oranjes. Tussen 1648 en 1651 schilderde hij zes grote allegorische voorstellingen voor de Oranjezaal in Huis ten Bosch in 's-Gravenhage.

Van Thulden was een uitermate bekwaam schilder die de vormprincipes van de barokke schilderkunst geheel in zich had opgenomen en met veel vakmanschap en artistiek elan toepaste. Hij heeft het nadeel gehad dat hij - evenals veel tijdgenoten in de zuidelijke Nederlanden - moeilijk los werd gezien van de grote motor achter alle artistieke bedrijvigheid daar, Pieter Paul Rubens. Daarmee wordt hem zeker tekort gedaan. Zijn werk neemt, mede dankzij zijn activiteiten in zowel Noord- als Zuid-Nederland, een speciale plaats in binnen de Nederlandse kunstgeschiedenis.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon