Pingoruïne

Pingo's zijn ontstaan in de ijstijd doordat grondwater omhoog komt en onder het oppervlakte van de toendra bevriest. Daarbij wordt de zandlaag omhoog en in zijwaartse richting geduwd en vormt een heuvel die door de eskimo's 'pingo' wordt genoemd. Zo'n pingo kan in bijzondere gevallen een hoogte van wel 70 meter bereiken.

In de ijstijd hebben zich ook in Nederland pingo's gevormd. Na het smelten van het ijs klapte de heuvel als het ware ineen en ontstond er een kuil met opstanden randen. In een aantal gevallen vormt het ophoog geduwde zand een verhoging in het midden van de kuil. Er ontstaat dan een ringven.

Het Klein Hasselsven op de Leenderheide is een voorbeeld van zo'n pingoruïne.

Het 'Rond Venneke' op de Strabrechtse heide is niet ringvormig, maar maakt ook een goede kans het restant van een pingo te zijn.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon