Grote en kleine rivieren

De grote rivieren in het noorden en oosten van de provincie maken deel uit van het stroomgebied van de Maas. In een zeer ver verleden stroomde die rivier door de huidige Kempen en ook de Rijn zocht ooit zijn weg door het huidige Brabant. Enkele vennen zijn de restanten van verdwenen rivierlopen.

Ook in meer recente tijd heeft de loop van rivieren zich verplaatst, zij het minder dramatisch. Onderdeel van dat proces waren de rivierduinen en oeverwallen. Rivierduinen liggen wat verder van de rivier af en bestaan uit materiaal dat uit de riviervlakte is opgewaaid. Oeverwallen zijn samengesteld uit zwaarder en groffer materiaal dat door de rivier zelf wordt afgezet, vooral in de buitenbochten van meanderende rivieren. Veel oude rivierduinen zijn door veenvorming eromheen niet meer zichtbaar. Alleen hoge duinen kunnen daar boven uit steken. Die heuvels noemen we donken. Zowel de oeverwallen als de donken zijn altijd geliefde vestigingsplaatsen geweest. De Brabantse Wal bij Bergen op Zoom is een voorbeeld van rivierduinen uit het einde van de laatste ijstijd.

Behalve de grote rivieren in het stroomgebied van de Maas hebben we de vele kleine riviertjes die we beken noemen en die een grote invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het Brabantse landschap en op de nederzettingsgeschiedenis.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon