De vernieling van de beken
In die dertiger jaren van de 20ste eeuw begon men op verschillende punten in ons land met het normaliseren of kanaliseren van beken en waterlopen die sinds mensenheugenis betrekkelijk 'wild' door het landschap hadden gestroomd. De bedoeling was daarbij, om in het kader van de werkverschaffing de plaatselijke en tijdelijke wateroverlast van akkers en weiden op te heffen, en in het algemeen de regionale waterhuishouding beter te beheersen. Ook de ruilverkaveling kon een motief zijn om beken te normaliseren. Door deze ingrepen verdwenen vaak over grote afstanden de kronkels en meanders uit de beken wat grote gevolgen kon hebben voor de waterhuishouding. De laatste jaren worden op een aantal plaatsen de gevolgen van de rigoureuze ingrepen weer teruggedraaid en krijgt het beekdallandschap iets van zijn oude vorm terug.
