Saalien, ca. 238000-128.000 vóór Christus

Het Saalien bestaat uit het afwisseling van relatief warme en koude perioden. In de koudste perioden lag er een ijskap met gletsjertongen over West-Europa. Die kap bedekte grote delen van Noord-Nederland.

Het dichtste bij Brabant kwam het ijs ten zuiden van het huidige Nijmegen. Doordat het ijs een dikke aardlaag voor zich uitschoof, ontstonden de Noord-Nederlandse stuwwallandschappen, waarvan de meest zuidelijke bij Nijmegen liggen.

De dikke ijslaag belemmerde de loop van de Maas die voordien in noordelijke richting liep. Nu werd het stroomgebied door het ijs in westelijke richting afgebogen, min of meer op de plaats van de huidige bedding van de Maas.

Het gebied van het huidige Noord-Brabant was in die periode weliswaar niet bedekt met ijs, maar wel erg koud. Het was een toendra-landschap dat in de winter bevroren was en in de korte zomers net voldoende ontdooide om er gras en bloemen te laten groeien.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon