Dekzandruggen
Tegen het einde van de Weichsel-ijstijd kwam over de al aanwezige zand- en leemlaag die Brabant had bedekt, een nieuwe laag van zand. Het werd door de ook toen al overwegend noordwestelijke wind in hoge 'ruggen' over het landschap heen gelegd, zoals zandribbels aan het strand. Deze ruggen strekken zich uit van het noordnoordoosten naar het zuidzuidwesten.
De daardoor opgetreden hoogteverschillen in het landschap zijn nog goed te zien in de Kempen waar beekdalen en hogere zandruggen elkaar afwisselen. Het zijn de zichtbare sporen uit het einde van de Weichsel-ijstijd.
Er zijn vier duidelijke dekzandruggen. De best herkenbare zijn die over Dongen-Loon op Zand-Nuland-Heesch-Herpen en over Hooge Mierde Oirschotse Heide-Son-Boerdonk-Mariaheide-Nistelrode. Minder duidelijk is de daartussen gelegen rug van Hilvarenbeek-Oisterwijk-Boxtel-St. Michielsgestel. Ten zuiden van Eindhoven ligt het dekzandrugsysteem Malpie-Groote Heide Strabrechtse Heide-Vlierden. Deze zandruggen worden zichtbaar wanneer u de cursor over de afbeelding beweegt.
Aan de beweeglijkheid van de dekzandruggen door de wind kwam pas een einde toen er - na de laatste ijstijd - voldoende begroeiing kwam om het zand vast te houden.

