De oeros

De oeros heeft alle andere grote ijstijdzoogdieren het langst overleefd. Het laatste exemplaar is in het begin van de 17de eeuw in Polen gestorven. In de middeleeuwen werd in de Belgische Ardennen nog op de oeros gejaagd.

Aan de hand van bewaard gebleven skeletten heeft men kunnen vaststellen dat de oerosstier een schofthoogte had van ca. 180 cm, de koeien waren ongeveer 150 cm hoog. Ze waren donker van kleur, met een lichte baan over de rug, en hadden lange hoorns.

Vanaf 1930 wordt met wisselend succes getracht om de oeros, waar alle moderne Europese runderen van af stammen, terug te fokken. Waarschijnlijk staan de huidige Spaanse vechtstieren genetisch nog het dichtste bij de oorspronkelijke oeros.

Een oude beschrijving van de oeros lezen we in de 'Gallische Oorlogen' van Julius Caesar.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon