Brabant van 1850-1918

In 1850 telde Noord-Brabant ruim 396.000 inwoners waarvan het merendeel op het platteland woonde. Hoewel het welvaartspeil geleidelijk aan iets steeg was de kindersterfte nog bovengemiddeld hoog en de meeste mensen leefden ongezond. De werkomstandigheden in de opkomende industrie droegen er niet aan bij hierin verandering te brengen. Veel mannen bleven ongehuwd, het alcoholgebruik was erg groot, de gezondheidszorg bereikte slechts een zeer kleine groep en de kinderarbeid was, zelfs nadat het kinderwetje van Samuel van Houten was aangenomen, een overal aanwezige misstand. De veiligheid in de fabrieken was ver te zoeken, pas in 1895 kwam er wetgeving om hierin verandering te brengen. Een positieve ontwikkeling was de vestingwet van 1874 die de uitleg van de veel te dicht bevolkte vestingsteden mogelijk maakte. Daar stond tegenover dat er een trek was van het platteland naar die steden, waar de industrie een steeds grotere rol begon te spelen.

Rond 1900 lag het inwoneraantal van Noord-Brabant rond de 500.000. De grootste stad was Tilburg waar de wolindustrie voor een grote vraag naar arbeid had gezorgd. Ongeveer 20% van de mensen werkte in de landbouw.

De belangrijkste thema's van de Brabantse geschiedenis in deze periode zijn de verbeteringen in de infrastructuur, de ontwikkeling van de industrie, de verbetering van het onderwijs en de vooruitgang in de landbouw. Ook de katholieke emancipatie zou een rol spelen met grote gevolgen voor onder meer sociale ontwikkelingen.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon