
Tegeltableau met de fabriek van de Kwatta in Breda. Het tableau werd in 1923 aangeboden aan bedrijfsleider August Neyens bij zijn twaalf-en-een-halfjarig jubileum.

Suikerfabrieken
De beetwortelsuikerindustrie in Nederland kwam in Nederland na 1813 van de grond. De import van rietsuiker was in de voorgaande decennia in problemen gekomen door handelsbeperkingen en een suikerproductie van eigen bodem werd toen erg lucratief. Belgische ondernemers probeerden de teelt ingang toe doen vinden op de kleigronden in het noordwesten van Noord-Brabant. Toch ging de introductie aanvankelijk moeizaam. Pas nadat de meekrapindustrie oninteressant was geworden bleek het verbouwen van suikerbieten voor de West-Brabantse boeren een aantrekkelijk alternatief.
In 1858 kwam in Zevenbergen de eerste suikerfabriek, toen nog van de firma De Bruyn en Co, later bekend onder de naam Anzelma. Het aantal suikerfabrieken steeg snel: rond 1875 waren er in West-Brabant al meer dan dertig. Door allerlei oorzaken waren deze relatief kleine fabrieken al snel gedwongen tot samenwerking en zelfs fusie. Een mijlplaal was de oprichting in 1919 van de Centrale Suikermaatschappij (CSM) waarin alle particuliere ondernemingen op het gebied van de suikerproductie en suikerverwerking uiteindelijk samen gingen. De activiteiten van CSM werden in 2007 overgenomen door de Suikerunie.
De aanwezigheid van de suikerindustrie speelde in de tweede helft van de 19de eeuw een belangrijke rol in de industriële activiteiten van Breda. Daar werden suikerwerkfabrieken gevestigd die een landelijke reputatie kregen. Petrus Antonius de Bont begon in 1851 in de banketbakkerij van zijn ouders aan de Catharinastraat in Breda met de fabricage van suikerwerk. In 1858 werd hij de eerste in Nederland die machinaal pepermunt kon maken. In 1869 was er een stoommachine nodig om nieuwe machines aan te drijven en enkele jaren later werd de fabriek overgeplaatst naar de Middellaan. Daaruit ontstond in 1883 de Kwatta, genoemd naar de plantage in Suriname waarvan de cacao afkomstig was. Het succes van de fabriek was mede een gevolg van een handige marketingstrategie waarbij mensen door het sparen van 'kwatta-soldaatjes' geschenken konden verdienen. De Kwatta hield kort na 1970 op te bestaan.