Brabant van 1900-1945

In de eerste helft van de 20ste eeuw vonden in Noord-Brabant veel verbeteringen plaats die ten goede kwamen aan de bevolking. De industriële ontwikkelingen voorzagen in een groeiend aantal arbeidsplaatsen. Door de ontginningen van de heidevelden en de Peel ontstonden nieuwe landbouwgronden die de ontwikkeling van de boerenbedrijven ten goede kwamen. Sociale ontwikkelingen, onder meer gestimuleerd door de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond, droegen bij aan de verbetering van de materiële welvaart van de plattelandsbevolking. Ook de enorme inzet van religieuzen in het onderwijs en de gezondheidszorg leidde snel tot een verbetering van de levensstandaard en openden nieuwe kansen voor jonge mensen. Het sterftecijfer daalde vanaf 1900 door de aanleg van rioleringen en drinkwatervoorzieningen. In 1914 stichtte de provincie Noord-Brabant de PNEM, het provinciaal elektriciteitsbedrijf dat op vele plaatsen goedkope stroom leverde. In 1927 werd in Tilburg de Roomsch Katholieke Handelshoogeschool gesticht, later de Katholieke Hogeschool genoemd.

Een cultureel opmerkelijk fenomeen was de oprichting, in 1937, van Brabantia Nostra, een beweging die streefde naar het bevorderen van de Brabantse identiteit vanuit de visie dat het Brabantse volk een concrete realiteit zou zijn. 

De Tweede Wereldoorlog had grote gevolgen voor de provincie. Het merendeel van de joodse bevolking keerde niet terug uit de concentratiekampen en bij de bevrijding in 1944 werden in de hele provincie grote verwoestingen aangericht.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon