De Duitse inval
In de nacht voor de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 waren kleine Abwehrgruppen al in Nederland, en met name Brabant en Limburg, actief om te voorkomen dat bruggen zouden worden opgeblazen. Kort na vier uur in de ochtend werd het vliegveld Gilze Rijen gebombardeerd. Kort daarna werden de Moerdijkbruggen door Duitse parachutisten veroverd. In het oosten van de provincie verbrokkelde de verdediging en waren er slechts weinig successen voor het Nederlandse leger. Bij Mill slaagde men erin om een Duitse trein te laten ontsporen wat weliswaar de vijand vertraagde, maar uiteindelijk niet stopte. Op de 11de mei viel de Peeldivisie uiteen. De Duitsers waren doorgebroken bij de Zuidwillemsvaart en feitelijk was daarmee een van de belangrijkste strategische obstakels in Noord-Brabant door hen genomen.
In West-Brabant waren Franse troepen actief. Zij deden enkele vergeefse pogingen de Moerdijkbruggen te heroveren. Uiteindelijk trokken ze zich terug nadat was gebleken dat zij weinig of geen steun kregen van het Nederlandse leger. Feitelijk was Noord-Brabant dan ook op 14 mei al geheel in Duitse handen.
