
Fa. C.H. de Vries, Amsterdam. Dalmatiek met afbeelding van de teruggave van de Sint-Jan door Napoleon in 1810. zijde en goudbrokaat, 1911. 's-Hertogenbosch, Kerkbestuur Parochie Binnenstad.

Holland ingelijfd
Vanaf juli 1810 was heel het Koninkrijk Holland ingelijfd bij het Franse keizerrijk. Omdat dit administratief nogal wat complicaties gaf profiteerde het eerder ingelijfde zuiden eerder dan het gebied boven de grote rivieren van de Franse douanevoorrechten wat de Brabantse nijverheid ten goede kwam. Ook werden in deze tijd de eerste initiatieven genomen om de infrastructuur te verbeteren door middel van goede verbindingswegen. De weg van Breda naar Antwerpen werd zelfs nog in de Franse tijd voltooid.
De inlijving bij Frankrijk betekende ook dat het Franse recht werd ingevoerd, dat er een burgerlijk huwelijk kwam en een burgerlijke stand.
Keizer Napoleon en zijn vrouw Marie-Louise bezochten 's-Hertogenbosch van 6 tot 8 mei 1810. Ze logeerden in het paleis van de prefect, het huidige Noordbrabants Museum, waar Napoleon op 7 mei het stadsbestuur audiëntie verleende. Daarna inspecteerde hij de vestingwerken en de stadswallen. Ook de katholieke Bosschenaren maakten hun opwachting bij de keizer. Zij vroegen hem om teruggave van de Sint-Jan en wisten dit van hem gedaan te krijgen, inclusief een bisschop, de overigens zowel door Rome als door het bisdom genegeerde bisschop M.F. van Camp.
Vanaf 1811 nam de sympathie voor Napoleon en Frankrijk af. De door Napoleon ingevoerde dienstplicht had tot gevolg dat 15.000 Nederlandse soldaten gedwongen werden te vechten in Rusland. Slechts een klein deel van hen zou die barre tocht overleven. Verder werden al snel de economische gevolgen voelbaar van de inlijving bij Frankrijk waardoor Holland vrijwel geen handel meer kon drijven met het buitenland.
Na de nederlaag van Napoleon bij Leipzig in 1813 verlieten de Franse troepen het land en lag de weg open naar een nieuw tijdperk.