Afscheiding van de orthodoxen in 1834

De 'Afscheiding van de orthodoxen' in de Hervormde Kerk in 1834 was ontstaan in Groningen uit onvrede over de verwatering van de bijbelse leer, maar kreeg snel vaste voet aan de grond in enkele protestantse gemeenten in Noordwest-Brabant.

De dominee van Genderen en Doeveren, Hendrick Scholte, werd een van de leiders van de beweging en het is niet onwaarschijnlijk dat zonder zijn 'Acte van Afscheiding' het nooit tot een formele scheuring zou zijn gekomen. De afgescheidenen werden dan ook wel Scholtianen genoemd.

De afgescheidenen beschouwden zichzelf als de enige echte opvolger van de Hervomde Kerk en weigerden daarom erkenning als zelfstandig kerkgenootschap aan te vragen. Dat bracht ze in conflict met de overheid. Zonder die formele erkenning mochten zij volgens de wet geen bijeenkomsten houden waaraan door meer dan 20 mensen werd deelgenomen.

De spanningen liepen zo hoog op dat in 1835 soldaten naar Almkerk moesten worden gestuurd om godsdienstoefeningen van de afgescheidenen te verhinderen en dominee Scholte werd herhaaldelijk bedreigd. Hij emigreerde in 1847 naar Iowa in de Verenigde Staten.

De betrokkenen in de afscheidingsbeweging gingen ook na zijn vertrek door en vormden na vele, ook interne strubbelingen, de Gereformeerde Kerken in Nederland. In 2004 fuseerden zij met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon