Katholieke emancipatie

Hoewel het verbod op de openlijke uitoefening van de katholieke eredienst al vóór 1800 was opgeheven, bleven er toch nog beperkingen bestaan. Dat gold met name de beperkingen voor kloosters om novicen te mogen aannemen. Wel had Willem I in 1827 een concordaat met de Heilige Stoel gesloten waarin de (her)oprichting van de bisdommen in de noordelijke Nederlanden besloten lag. Door de kort daarop uitbrekende Belgische Opstand kon daaraan geen gevolg worden gegeven.

 De beperkingen voor de kloosters werden pas herroepen door Willem II op de dag van zijn troonsbestijging, 8 november 1840. De afspraken die vast lagen in het genoemde Concordaat van 1827 vroegen echter een wat langere voorbereiding voordat daaraan uitvoering kon worden gegeven. De eerste stap was de benoeming van drie apostolische vicarissen tot bisschop. In april 1842 werden Henricus den Dubbelden in Den Bosch, Joannes Zwijsen in Tilburg en Johannes van Hooydonk in Breda tot bisschop gewijd. Joannes Zwijsen was pastoor geweest in Tilburg, kende uit die jaren de koning persoonlijk, stond met hem op goede voet en was graag bereid concessies te doen om daarmee bepaalde zaken geregeld te krijgen. Zo erkende hij het 'recht van placet', dat inhield dat de paus voor het afkondigen van besluiten aangaande de katholieke kerk in Nederland toestemming nodig had van de regering.

 In 1845 werd in Den Bosch het katholieke tijdschrift De Tijd opgericht, onder redactie van Judocus Smits. De katholieken kregen daarmee een spreekbuis van gewicht. Aanvankelijk was de ant-liberale invloed van de koningsgezinde Zwijsen daar erg groot, maar na de verplaatsing van de redactie naar Amsterdam draaide dat bij en kwam de krant onder invloed van Amsterdamse katholieken. Het werd een krachtige motor in de katholieke emancipatie die geleidelijk aan ook steeds meer aan de kant van het liberalisme kwam te staan.

In het in heel Europa politiek explosieve jaar 1848 koos de koning eieren voor zijn geld. Hij moest wel, mede omdat het in de katholieke delen van Nederland, Brabant en Limburg, onrustig begon te worden, ook in sociaal opzicht. Dat betekende voor hem een toegeven aan liberale eisen en een instemming met de grondwet van Thorbecke. Eén van de pijlers van die nieuwe grondwet was de vrijheid van godsdienst. Toen deze wet was aangenomen was iedere achterstelling van de katholieken van de baan, in ieder geval op papier. Het recht van placet speelde vanaf toen dan ook geen rol meer. De weg lag open voor een compleet herstel van de kerkelijke organisatie. Dat zou uiteindelijk in 1853 ook gebeuren.  

Deze gebeurtenissen en de uiteindelijk in de grondwet vastgelegde rechten van de katholieken hadden meer dan alleen een kerkelijke betekenis. Zij maakten definitief een einde aan sentimenten waarin sprake was om Brabant en Limburg van het koninkrijk los te maken, een dreiging die door de Belgische Opstand nog was toegenomen.

 

 

 




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon