Nieuwe grenzen

In de Bataafs-Franse tijd kreeg de latere provincie Noord-Brabant min of meer zijn huidige vorm en omvang. Staats-Brabant was ontstaan na de oorlog met Spanje. Niet overal lagen de grenzen toen al precies vast. De oostgrens van het gebied werd vastgelegd in afspraken tussen De Republiek en Pruisen in 1716 en 1718.

In 1795 maakten de Fransen zich meester van de Republiek. Uiteindelijk behielden ze slechts enkele delen daarvan: Zeeuws-Vlaanderen, Vlissingen, Venlo en Maastricht. Ter compensatie kreeg de Republiek de door Frankrijk ingenomen 'vrije' enclaves Ravenstein, Gemert, Boxmeer, Megen en Bokhoven. Oefelt maakte geen deel uit van de deal en werd pas in 1815 toegevoegd. Luyksgestel werd in 1807 geruild tegen Lommel. Baarle Hertog is nog steeds een buitenlandse enclave op Nederlands grondgebied. Op basis van deze gegevens werd in 1842-1843 de Belgisch-Nederlandse grens vastgesteld.

Bij het Staatsbesluit van 21 december 1805 werd de grens tussen de departementen bepaald. Die tussen Holland en Bataafs Brabant liep van Willemstad door het Hollands Diep via het Oude Maasje naar Heusden. Alles ten zuiden van die grens werd definitief Brabants. Het gebied ten noorden daarvan, het land van Altena en de Biesbosch zouden in 1815 aan Brabant worden toegevoegd.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon