
Quirinus van Amelsfoort (1792-1820). Draagbord uit de optocht bij de installatie van de municipaliteit van 's-Hertogebosch op 9 januari 1795. Olieverf op karton, 99 x 93 cm cm. 1995. 's-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum.

Nieuwe bestuursvorm
De Fransen troffen in 1795 een reeks bestuurlijke maatregelen. Begin 1975 werd Staats-Brabant nog ingelijfd bij Frankrijk. Omdat in het noorden echter ook vele steden de zijden van de Fransen hadden gekozen werd De Republiek voortaan beschouwd als een bondgenoot, niet als bezet gebied. Het kreeg de naam Bataafse Republiek. Medio 1795 werd besloten dat Staats-Brabant voortaan 'Bataafsch-Braband' zou gaan heten en dus een onderdeel zou gaan vormen van de Bataafse Republiek. Op initiatief van de Tilburgse fabrikant Pieter Vreede werd kort na het vertrek van de Fransen de vergadering van 'Gedeputeerden Provisioneel van het Volk van Bataafsch Braband' bijengeroepen. 's-Hertogenbosch werd na wat gesteggel met Tilburg en Breda aangewezen als de hoofdstad. De voormalige vrije heerlijkheden zouden wel door de Fransen bestuurd blijven worden. In datzelfde jaar probeerden vertegenwoordigers namens Brabant zitting te krijgen in de Staten Generaal, maar daarin slaagden zij dat jaar nog niet.
Wel werd op 31 december 1795 de permanente vergadering van representanten aangesteld die vanaf 1 januari het voortaan zelfstandige gewest Bataafs Brabant zouden gaan besturen. Pas op 1 maart 1796 werden de eerste Brabantse vertegenwoordigers toegelaten tot de zitting van de Staten Generaal. Het was de laatste bijeenkomst van deze Staten-generaal. Op 2 maart kwam voor het eerst de Nationale Vergadering bijeen waarin veertien Brabantse afgevaardigden zitting kregen.