Groot-Kempische Cultuurdagen

Na de Tweede Wereldoorlog voelde Brabant zich nog steeds achtergesteld bij met name het Westen van Nederland. Brabantse intellectuelen oriënteerden zich op de Brabantse cultuur, ook over de grens, naar het oude hertogdom Brabant.

In 1946 stelde de burgemeester van Hilvarenbeek, de Bosschenaar Jan Meuwese, tijdens een bijeenkomst in de abdij van Postel voor om een jaarlijks terugkerende manifestatie te houden waarin uiting kon worden gegeven aan de groot-Brabantse gedachte. Hij kreeg steun van het juist weer herlevende Brabantia Nostra en en van vele vooraanstaande Brabanders.

De activiteiten werden gelokaliseerd in Hilvarenbeek waar de onderwijzer Jan Naaykens een van de drijvende krachten werd. Verder was er steun van dr. P.C. de Brouwer en van de vice-rector van de Katholieke Universiteit Leuven, mgr. dr. K. Cruysberghs. Willem Asselbergs, meer bekend onder zijn schrijversnaam Anton van Duinkerken werd de intellectuele inspirator.

In de loop van de jaren groeide het evenement uit tot een van de belangrijke culturele gebeurtenissen in Zuid-Nederland. Ieder jaar stond een specifiek thema centraal. Dat kon een puur culturele lading hebben, maar ook betrekking hebben op de industrialisatie of de ruimtelijke ordening.

De uitstraling van de Groot-Kempische cultuurdagen was het sterkst in de jaren vijftig, daarna kwamen er in de provincie diverse andere activiteiten die op deelgebieden een vaak meer eigentijdse invulling gaven van de thema's waarmee ook de cultuurdagen zich hadden beziggehouden.

In het begin van de jaren zeventig was het draagvlak voor de dagen teruggelopen, ook omdat het concept zich niet meer had vernieuwd. Inmiddels waren ook bekende deelnemers als Van Duinkerken en Godfried Bomans overleden. De 25ste dagen in 1972 waren tevens de laatste.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon