Het einde van Romeins Brabant

In de loop van de 3de eeuw werd het voor de Romeinen steeds moeilijker om de grens aan de Rijn gesloten te houden. Dat had zowel te maken met het veranderende klimaat, waardoor West-Nederland natter werd, als met interne onrust en met de toenemende invallen van Germaanse 'barbaren'. Als antwoord hierop werd de tactiek van de grensverdediging gewijzigd. Achter de grens, en deels langs de Maas, werden nieuwe forten gebouwd. Daarin werden afdelingen ruiterij gelegerd die snel konden opereren om groepen invallers te onderscheppen.

Vanwege de frequente doorbraken van Germanen werd Brabant na 300 als bewoningsgebied minder aantrekkelijk. De grote tempels van Empel en Kessel raakten in verval. Zij werden gesloopt en met het vrijkomende materiaal werd onder meer een versterking gebouwd bij Kesteren in de Gelderse Betuwe. De plaatsnaam herinnert daar nog aan, want die is ontstaan uit het Latijnse woord 'castellum' (burcht, fort).

Tot recent bleven grote delen van dit fort in de bodem bewaard, maar bij de grindwinning in de Maas zijn deze resten in de jaren 1970 volledig verloren gegaan. Ooggetuigen melden grote stukken opgaand muurwerk en vloeren met mozaïek die tijdens het baggeren uit de oever van het grindgat tevoorschijn kwamen en in de diepte verdwenen.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon