Het einde

Het Romeinse gezag werd tegen het einde van de 4de eeuw hersteld, maar de greep van Rome op de noordelijke grensgebieden was aanmerkelijk verminderd. De Romeinse legers trokken zich steeds meer terug in zuidelijke richting en de bewaking van de grens werd overgelaten aan onder de Germanen gerekruteerde troepen. In de vierde eeuw waren er regelmatig schermutselingen met Germanen die de Rijn waren overgestoken.

Na 350 hebben de keizers Julianus en Valentinianus nog pogingen gedaan om meer greep te krijgen op dit gebied door forse verbeteringen in de militaire infrastructuur, maar dit betekende niet meer dan een tijdelijke vertraging. Feitelijk had de Romeinse keizer in onze streken na 350 weinig directe macht meer.

In 395 volgde de splitsing van het Romeinse Rijk in een westelijk en oostelijk deel. Zeven jaar later, in 402, gaf de Romeinse generaal Stilicho (zoon van een Germaanse vader en Romeinse moeder) de opdracht aan de Romeinse legers om zich definitief uit het noordelijk grensgebied terug te trekken.

Daarmee eindigde de Romeinse aanwezigheid in het huidige Noord-Brabant ook in formele zin. Later in die eeuw zou de Romeinse macht in heel Europa ineenstorten en begon de verwarrende tijd van de volksverhuizingen.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon