De verdediging van het rijk
Uit Romeinse teksten blijkt dat de Bataven veel dappere en goed getrainde strijders hebben geleverd aan de Romeinen. Zo stuurde keizer Claudius in 43 acht eenheden Bataafse troepen, in totaal 4000 man, als hulptroepen naar het huidige Engeland. Deze Bataafse soldaten zullen een grote rol hebben gespeeld in de romanisering van Brabant doordat zij in hun vaak lange diensttijd feitelijk als Romeinen hebben geleefd. Waarschijnlijk waren zij ook belast met de verdediging van de noordgrens van het Romeinse Rijk, de Limes, die in de eerste eeuwen van de Romeinse bezetting gevormd werd door de Rijn.
Pas in de derde eeuw werd het gebied van het huidige Noord-Brabant ook militair van strategische betekenis. Vanaf die tijd bouwden de Romeinen in plaats van grote forten aan de Rijn veel kleinere forten in het binnenland. Een voorbeeld daarvan is het kleine castellum bij Cuijk, op de plaats waar de weg van Nijmegen naar Maastricht en Tongeren de Maas kruiste. In de vierde eeuw werd op die plek een strategisch belangrijke brug gebouwd.
In 406 braken Germaanse stammen op vele plaatsen door de
Romeinse verdedigingslinies heen. De Romeinse macht in het
noordwesten van Europa hield daarmee zo goed als op te
bestaan.
Op grotere afstand van de grens lagen wachttorens, zoals de toren
waarvan in 1909 de sporen werden gevonden in Veldhoven.
