
Detail van het Tafelblad met de Hoofdzonden van Jeroen Bosch (ca. 1450-1516). De hierop afgebeelde boerderij heeft overeenkomsten met de boerderij in het museum van Bokrijk.

Hallehuis
Zo omstreeks 1400 was het meest verbreidde boerderijtype in Nederland, dus ook in Noord-Brabant, dat van het hallehuis. Hallehuizen hadden een compacte, rechthoekige plattegrond en een indeling in die beuken.
De kern van de constructie was een ankergebint. De houten dwarsbalken over de middenbeuk staken met een versmalde kop door de rechtopstaande stijlen die de middenbeuk van de zijbeuken scheidden, en waren met wiggen verankerd. Het is een uiterst stevige constructie die het mogelijk maakte om steeds breder te bouwen.
Onder het grote strooien dak lagen het woongedeelte, de stal en het schuurgedeelte in elkaars verlengde. In Noord-Brabant werd ook de potstal voor de opslag van mest in het hallehuis ondergebracht. Omdat deze potstallen flink gestonken zullen hebben, werd bij de Brabantse boerderijen het woongedeelte door middel van een dwars geplaatste wand van de rest van de boerderij afgescheiden.
De wanden waren in de middeleeuwen vrijwel altijd gebouwd als een vakwerkconstructie met gevlochten wilgentenen, afgedekt voor een laag leem. De ver overstekende daken verhinderden dat deze wanden al te veel te lijden hadden van felle regens.
Het woongedeelte had meestal een eigen ingang aan de korte kant van de boerderij. De topgevel boven deze ingang stak soms uit, zoals we vaak zien op laat-middeleeuwse schilderijen.
In Noord-Brabant zijn geen boerderijen in deze oervorm bewaard gebleven. In het openluchtmuseum van Bokrijk in België vinden we wel een type dat daar erg op lijkt, afkomstig uit het gehucht Vispluk in Vorselaar, niet ver van Turnhout. Het oudste gedeelte van deze boerderij, het in vakwerk opgetrokken voorhuis, dateert waarschijnlijk van rond 1600.
Op een van de schilderijen van Jeroen Bosch komt een boerderij voor die qua uiterlijk enkele overeenkomsten heeft met die in Bokrijk.