Bakhuizen
In veel boerenwoningen was de oven binnenshuis gebouwd. De ovenmond viel dan onder de schouw en het stoken verwarmde tegelijkertijd de 'herd'.
Voor een wat meer omvangrijke productie waren grotere ovens nodig. Die werden meestal niet geïntegreerd in de boerderij zelf omdat men wilde voorkomen dat een brand bij het bakken van brood de hele boerderij in lichterlaaie zou zetten, maar ondergebracht in speciale bakhuizen.
Deze bakhuisjes werden vaak gedeeld door de bewoners van meerdere boerderijen. Het delen van deze voorzieningen was goed mogelijk omdat de meeste boeren vroeger maar één keer week brood bakten.
Bakhuizen kunnen zo worden gebouwd dat de oven helemaal binnen het rechthoekige gebouwtje past. Meestal echter lag de oven aan de buitenkant in een iets smallere en lagere aanbouw. De vloer in deze aanbouw lag dikwijls verhoogd zodat daaronder ruimte was voor een stookplaats.

