Zandgronden

Op de Brabantse zandgronden was het hallehuis tot in de 17de eeuw het meest voorkomende type boerderij. Het onderscheidde zich van hallehuizen elders in het land door de aanwezigheid van een potstal. Na de 17de eeuw veranderde het hallehuis door aanbouwen die vrijwel altijd gericht waren op het vergroten van de woonruimten. Zo ontstond het hoekhuis-type dat we - hoewel tegenwoordig zeldzaam - op verschillende plaatsen aantreffen. Ook zien we enkele variaties optreden in dakvormen.

Vanaf het midden van de 18de eeuw zette een ontwikkeling in waarbij het hallehuis werd gecombineerd met een dwarsdeel. Dat luidde de ontwikkeling in van het langgeveltype.

Na 1900 veranderde de landbouw tengevolge van de introductie van de kunstmest. Het langgeveltype bleef echter nog lang als model in zwang, ook toen boerderijen niet meer vanuit een houten skelet, de gebinten, werden geconcipieerd, maar gemetseld werden met balkdragende muren.

Daarnaast werden er in de eerste helft van de 20ste eeuw boerderijen gebouwd van Noord-Nederlandse oorsprong. Het zijn de grote boerenbedrijven op de ontginningsgronden in de Peel en elders op ontgonnen heidegronden.

Na 1950 werden boerenbedrijven geheel anders opgezet, waarbij het woonhuis vaak helemaal los kwam te staan van het bedrijfsgedeelte. Van boerderijen in de traditionele betekenis is dan geen sprake meer.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon