Ontginningsboerderijen
Na de ontginning van de uitgestrekte heidevelden in Oost-Brabant en van de veengebieden in de Peel werden nieuwe boerderijen gebouwd, gebaseerd op Noord-Nederlandse voorbeelden. Dikwijls werd daarbij het in Friesland en Groningen veel gebouwde type van de kop-hals-romp-boerderij als voorbeeld genomen. Ook variaties op dit type zijn gebruikelijk.
De mooiste voorbeelden van deze ontginningsboerderijen vinden we in de omgeving van Gemert en in het gebied noordoostelijk daarvan, maar ook elders in de provincie komen ze voor. Een initiërende rol bij de bouw van ontginningsboerderijen speelde Maatschappij van Welstand, een protestantse organisatie die in 1822 was opegricht door de Hilvarenbeekse dominee Jacob van Heusden. De organisatie hielp protestantse boeren om een eigen boerderij te krijgen. Ook trok men boerenzonen uit de noordelijke provincies aan om in Brabant boerderijen te komen bewonen. Tevens hoopte men daarmee het protestantisme in deze provincie te bevorderen.
Ook de in 1888 opgericht Nederlandsche Heidemaatschappij was actief op dit gebied. Op initiatief van deze organisatie werd in 1910 de Annahoeve op de Dompt in Elsenbroek gesticht. De boerderij heeft een riant woonhuis dat verbonden is met de bedrijfsgebouwen. Het geheel is ontworpen door de Twentse architect Karel Muller en sluit aan bij de huisarchitectuur van het begin van de 20ste eeuw. De uitvoering en de gebruikte materialen wijken daardoor af van wat tot die tijd voor de bouw van boerderijen gebruikelijk was, zeker in Noord-Brabant.

