Industriële bouwwerken

Echte industrie in de moderne betekenis van het woord, waar mensen in speciaal daartoe ontworpen gebouwen gezamenlijk producten maken kwam in Noord-Brabant pas betrekkelijk laat tot ontwikkeling. Wel kende men al vanaf de late middeleeuwen brouwerijen en leerlooierijen, maar de omvang daarvan was beperkt en ook het aantal arbeiders dat daar werkte. Brabant was lange tijd een gebied met veel thuiswerkers, vooral in de textiel. In hun kleine wevershuisjes stonden een of twee getouwen waaraan ze stoffen weefden die door fabriceurs werden afgenomen en al dan niet bewerkt werden verhandeld. Aan de thuisindustrie kwam pas echt een einde na de introductie van de stoommachine. Die maakte het mogelijk om productieprocessen sneller te doen verlopen, maar daarvoor waren wel fabrieksgebouwen nodig waar de techniek en de arbeid konden worden georganiseerd. 

In de tweede helft van de 19de eeuw kwam de industrie in Brabant pas echt op gang, net zoals dat overigens in de rest van Nederland het geval was. Pas vanaf die tijd werden ook op grote schaal fabrieken gebouwd. Vaak gaat het daarbij om puur utilitaire bouw die moest voldoen aan de eisen van de industrie: stevige vloeren, goede constructies en zoveel mogelijk daglicht. Meestal was er een ketelhuis voor de aandrijving van de stoommachine's.

In de 20ste eeuw werd de stoommachine geleidelijk aan vervangen door de stoomturbine en later door de elektromotor. Door het steeds zwaarder worden van machine's in bepaalde bedrijfstakken werden fabrieken steeds vaker in één bouwlaag gebouwd, meestal met sheddaken voor een optimale verlichting. 

Met name in het begin van de 20ste eeuw werden in Brabant enkele fabrieken gebouwd waaraan ook veel zorg was besteed aan het exterieur, zodanig zelfs dat ze een bijna representatief uiterlijk kregen. Een voorbeeld is de klokkengieterij van Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel.

Vanaf het einde van de jaren zestig werd de industriële productie geleidelijk aan afgebouwd, werden veel fabrieken afgebroken of kregen een andere functie.

De architectonische ontwikkeling van de fabrieken wordt, behalve door de gebruikseisen, ook bepaald door de ontwikkeling van de bouwtechniek in de 19de en 20ste eeuw. tegen het einde van de 19de eeuw werd het gebruik van ijzer steeds gebruikelijk, in de 20ste eeuw werd het gewapend beton steeds vaker toegepast.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon