Kastelen en buitenplaatsen

De oudste Brabantse kastelen waren versterkingen op een enkele meters hoge heuvel die motte wordt genoemd. Aanwijzingen voor het bestaan van een motte zijn echter schaars. De plek is vaak geërodeerd of door de bouw van een latere versterking verdwenen.

Iets later ontstonden de versterkte huizen of stenen bouwwerken bij boerderijen die bescherming konden bieden in tijden van gevaar. We spreken dikwijls van woontorens. In de loop van de tijd konden woontorens uitgroeien tot echte versterkingen, vierkante of ronde waterburchten die een rol speelden in de verdediging van de bezittingen van de heer of zelfs van het hertogdom Brabant. De laatste burchten met primair een militaire functie dateren van de 15de eeuw. Na de uitvinding van het buskruit bleken die vaak niet bestand tegen beschietingen door moderne artillerie en veranderde de functie van deze versterkte burchten. Het werden landhuizen voor de adel en wat later voor het patriciaat.

Na de Tachtigjarige Oorlog werden voor dat doel ook speciale buitenplaatsen gebouwd. Soms hadden die nog in hun architectuur herinneringen aan de oude kasteelbouw, zoals torens, kantelen en grachten, maar als verdedigbare huizen waren ze niet bedoeld. Zelfs in de 19de eeuw, onder invloed van de Romantiek, werden nog middeleeuws aandoende kasteeltjes gebouwd.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon