Buitenplaatsen
In de loop van de 15de eeuw werden kastelen in Noord-Brabant geleidelijk aan steeds minder belangrijk als militaire versterkingen. Dat had meerdere oorzaken. In de eerste plaats de groei van de steden die steeds meer macht kregen en ook zelf versterkingen werden. Verder de meer effectieve toepassing van het buskruit waardoor veel kastelen onvoldoende sterk bleken om een doelgerichte aanval te kunnen weerstaan. Ook het langzaamaan verdwijnen van kleine autonome staatjes en heerlijkheden ten gunste van een centraal bestuur dat voor de verdediging van het grondgebied kon beschikken over een leger is een oorzaak van de zich wijzigende rol van de kastelen. Tenslotte gingen in het waterrijke noord-westen van de provincie een aantal kastelen verloren bij de Sint-Elisabethsvloed van 1421.
De gewijzigde omstandigheden betekenden niet dat alle middeleeuwse kastelen meteen verdwenen. Sommige burchten zouden zelfs nog een militaire rol rol spelen in de Tachtigjarige Oorlog. Andere kastelen werden tot buitenhuizen voor de adel of voor vermogende burgers. Die nieuwe bestemming kon betekenen dat de eigenaar er in de loop van de tijd voor koos om de middeleeuwse gebouwen geheel of gedeeltelijk te slopen en te vervangen door gebouwen die beter pasten bij een comfortabele levenswijze. Vooral in de 18de eeuw was dat het geval.
Verder werden nieuwe buitenhuizen gebouwd die qua omvang de allure van een kasteel konden hebben, maar soms ook heel bescheiden bleven. In het laatste geval spreken we van een 'Slotje'.
