Paleis-raadhuis van Tilburg
Het paleis-raadhuis van Tilburg werd tussen 1847 en 1849 gebouwd in opdracht van koning Willem II die in Engeland vertrouwd was geraakt met de neogotiek.
Het was bedoeld als woonpaleis voor de koning die tijdens de jaren van de Belgische Opstand als opperbevelhebber van het leger veel in deze omgeving vertoefde en die een voorliefde voor de stad het gekregen. Hij heeft het uiteindelijk nooit als woning in gebruik kunnen nemen omdat hij overleed kort voordat het gebouw was voltooid.
Vanaf 1864 diende het paleis als onderkomen voor de Rijks Hogere Burger School. In 1934-1936 werd het ingrijpend verbouwd door de Nijmeegse architect O. de Leeuw om te kunnen dienen als raadhuis.
Het gebouw heeft door alle lotgevallen nogal veel wijzigingen ondergaan. Aanvankelijk was het ontworpen als een rechthoekig gebouw met ronde torens op de vier hoeken. Het muurwerk van zowel torens en muren eindigt in kantelen. Die elementen zijn bewaard, maar andere onderdelen zijn flink aangepast. Ook de rechthoekige ramen op de bel-etage zijn gebleven.
Maar de oorspronkelijke ronde ramen op de bovenverdieping werden vervangen door rechthoekige vensters. O. de Leeuw heeft die aangepast tot spitsboogramen. De vooruitspringende middenrisaliet aan de voorzijde is eveneens een toevoeging van De Leeuw. Oorspronkelijk stonden hier twee slanke torentjes. De ingangspartij van De Leeuw werd uitgevoerd in art deco-vormen, evenals het totaal herbouwde interieur van het raadhuis.

