1578-1629

Op aanraden van de abt van het Bossche Sint Geertruiklooster besloot het stadsbestuur in 1578 de prioriteit bij de stadsversterking te leggen op de inundatie van de omgeving. Dat was goedkoper, sneller te realiseren en effectiever dan een versterking van de muren. Zo ontstond een systeem om de stad in korte tijd door water te omgeven wat inname ervan met de middelen van toen bijna onmogelijk maakte. Pogingen van de Staatse troepen in 1591, 1601, 1603 en 1622 om de stad te veroveren mislukten daardoor dan ook. Aan die vruchteloze ondernemingen dankte de stad zijn bijnaam 'De Moerasdraak'. Toen Maurits in 1590 Breda had ingenomen besloot men niet alleen meer te vertrouwen op het water en werd begonnen met ingrijpende aanpassingen van de vesting zelf door al vóór 1629 acht bastions te bouwen. Deze buiten het muurwerk uitstekende versterkingen boden de verdedigers van de stad de mogelijkheid om zeer effectief strijkvuur af te geven langs de muren. De vijand moest voor een benadering van het muurwerk dan ook vaak een hoge tol in mensenlevens betalen. De aanleg van de bastions volgde het ontwerp van ingenieur Jan van der Weeghen. Het was een uitermate kostbare operatie die de middelen van de stad zelf te boven ging en daarom mede gesteund werd door de Staten van Brabant die belang hadden bij de verdediging van de meest noordelijke stad in hun hertogdom. Ook het Kruithuis maakte onderdeel uit van dit ontwerp.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon