
Breda, Spanjaardsgat.

Breda
In de 13de eeuw kreeg Breda een aarden wal die bij het graven van de stadsgracht als een verdedigingswerk van de stad was aangelegd. De wal beschermde slechts een deel van de stad. Aan de westkant rekende men op de rivier de Mark als bescherming tegen indringers. In de 14de eeuw werd deze aarden versterking vervangen door stenen muren. Dit was in het belang van de hertog van Brabant die sterke steden nodig had in zijn conflict met de hertogen van Gelre. In de muren werden drie stenen stadspoorten aangebracht.
De bouw van meer effectieve vestingwerken begin in 1531 in opdracht van Hendrik III van Nassau. Na de inname van de stad door de Staatse troepen in 1577 begon een grootschalige uitbreiding van de verdedigingswerken, onder meer met medewerker van Abraham Andriesz die enkele jaren later de vesting Willemstad zou ontwerpen en bouwen. Voordat deze uitbreiding gereed was, vielen in 1581 de Spanjaarden de stad binnen. In de Tachtigjarige Oorlog zou de stad vaker door een van de strijdende partijen worden ingenomen. Een modernisering van de vesting naar het ontwerp van Menno van Coehoorn werd uitgevoerd in 1701 en ook in 1839 werden nog enkele vernieuwingen gerealiseerd met het oog op de spanningen in verband met de Belgische Opstand..
De ontmanteling van de vestingwerken vond plaats tussen 1870 en 1877. Hoewel in de huidige stad het verloop van de vestingmuren op hoofdlijnen nog in het stratenpatroon herkenbaar is, zijn er feitelijk weinig zichtbare resten meer. Het best bewaarde onderdeel is nog het Spanjaardsgat, een waterpoort tussen de Granaattoren en de Duiventoren van het Kasteel van Breda. Op deze plaats zou in 1590 het Turfschip de vesting Breda zijn binnengekomen, wat kort daarop leidde tot de inname van de stad door de troepen van Prins Maurits.