Willemstad
Willemstad ontstond in 1583 op de plaats van het in 1565 gestichte dorp Ruigenhil in de gelijknamige polder aan het Hollands Diep. Willem van Oranje wilde met deze nieuwe vestingstad een strategische positie krijgen aan de toegang tot het Hollands Diep. Er werd direct begonnen met de aanleg van de vesting waarin de kern van het zeekleidorp Ruigenhil met zijn rationele stratenpatroon werd opgenomen. De aanleg van de vestingwerken stond onder leiding van Adriaan Anthonisz. Hij gaf de vesting een stervormige plattegrond met zes punten. In 1598 werd dit concept gewijzigd door het noordelijke bastion, aan de havenkant, te vervangen door twee iets kleinere bastions. Samen met de vijf al bestaande bastions werden ze genoemd naar de zeven provincies van de Republiek. Ook in de 17de eeuw vonden nog aanzienlijke uitbreidingen en aanpassingen plaats. De vesting kreeg toen min of meer zijn huidige vorm.
Buiten de kern met de bastions liggen twee grachten die van elkaar gescheiden zijn door een rond de hoofdgracht gelegen doorlopende beschermingswal (enveloppe genaamd). Het binnendijkse deel van de vesting werd door twee dammen verbonden met de dijk van het Hollands diep.
De vesting Willemstad werd in 1926 opgeheven. Negen jaar later, in 1935 werden de vestingwerken voor dertig jaar in erfpacht gegeven aan de Stichting Menno van Coehoorn, daarna werden ze eigendom van de gemeente. Ook in de Tweede Wereldoorlog heeft Willemstad nog even als vesting gefungeerd, vanaf 1943 tot 1944. De Duitsers bouwden enkele bunkers die nu nog deel uitmaken van de vesting.
