Wiekstanden
Het molenkruis dat van alle kanten zichtbaar was, kon worden gebruikt om informatie over te brengen die voor de dorpelingen van belang was. Zo ontstonden enkele karakteristieke wiekstanden die een specifieke betekenis hadden.
Ook waren er wiekstanden om collega-molenaars te laten weten wanneer er onwelkome controleurs in de buurt waren. In de Tweede Wereldoorlog werden ook razzia's van de Duitsers via molens gecommuniceerd.
De meest gebruikelijke wiekstanden echter hadden te maken met blijde en droevige gebeurtenissen in de dorpsgemeenschap. Ook kon de molenaar met wiekstanden aangeven of hij die dag nog aanvoer van graan kon verwerken. De molenstanden waren niet overal in Nederland gelijk.
Voor het grootste deel van Noord-Brabant golden de volgende molenstanden:
- Overeind
De wieken in het + teken - 'overeind' - werd gebruikt in de nacht en wanneer er even niet gewerkt werd omdat er geen wind was. Wanneer de molen overdag in deze stand stond terwijl er wel voldoende wind was dan duidde dit op een tekort op aanvoer van graan. De wieken stonden dan 'op schooien': de mulder vroeg om aanvoer. - Overhoeks of overkruis
Wanneer de wieken in X-stand stonden - overhoeks of overkruis - gaf dat aan dat er niet gewerkt werd. Ook bij onweer plaatste men de wieken in deze stand. - In de rouw
Bij een sterfgeval werden de wieken in de rouw gezet. De onderste wiek had dan bijna een cirkel volgemaakt en symboliseerde zo het einde van het leven. - In de vreugd
Bij een blijde gebeurtenis stond de onderste wiek onder een hoek van ca. 20 graden naar rechts als symbool van een nieuw begin: in de vreugd. - Op de bil
De stand tussen rouw en vreugd werd op de bil genoemd. Deze positie gaf aan dat de molenstenen geslepen werden en dat er dus geen aanvoer van graan mogelijk was.
