Boxtel

In de loop van de 14de eeuw ontstond er binnen de Kerk een grote aandacht voor aspecten die verband hielden met het lijden van Christus. Deze devoties hielden verband met een meer op het gevoel en de emotie gerichte geloofsbeleving zoals die werd voorgestaan door Franciscus van Assisi (1181/2-1226) en uitgedragen door 14de eeuwse mystici zoals Brigitta van Zweden (1303-1373). Bovendien werd die aandacht gevoed door theologische controversen over de transubstantiatie, de leer over de aanwezigheid van het lichaam en bloed van Christus in het brood en wijn van de eucharistie.

Als gevolg van die ontwikkelingen zien we vanaf het einde van de 14de eeuw in Europa een golf van legendarische wonderen die verband hielden met de aanwezigheid van de lijdende Christus in de eucharistie. Eén van die legenden betreft het Heilig Bloedwonder van Boxtel. Volgend dit verhaal zou de Essche pastoor Eligius van den Aker in 1380 geconsacreerde wijn hebben geknoeid uit de miskelk. Toen hij de twee besmeurde altaardoeken wilde wassen bleek dat de wijn veranderd was in het bloed van Christus en zich niet meer liet uitwassen. De doeken werden in de daaropvolgende jaren objecten van grote devotie die vele pelgrims trokken. De toestroom van pelgrims leidde rond 1400 tot de bouw van een nieuwe kerk. Deze werkzaamheden verliepen in fasen en duurden tot na het midden van de 16de eeuw. De doeken werden ondergebracht in een in 1561 voltooide speciale kapel aan de noordzijde van de kooromgang.

De heilige doeken bleven tot omstreeks 1600 in Boxtel. Daarna werden ze overgebracht naar het ommuurde 's-Hertogenbosch waar ze beter beschermd waren tegen plunderende benden. Eenmaal per jaar, op Drievuldigheidszondag, keerden ze voor een dag naar Boxtel terug. Na de inname van 's-Hertogenbosch in 1629  werden de doeken eerst overgebracht naar Antwerpen en in 1652 naar Hoogstraten. Die plaats werd daarop een drukbezochte pelgrimsplaats voor inwoners van de Meierij die in hun eigen gebied het recht op een vrije godsdienstbeleving kwijt waren geraakt. Pas in 1924 kwam een van de beide wonderdoeken terug naar Boxtel. Een jaar later werd bij de kerk een processiepark aangelegd, als snel het Heilig Bloedpark genaamd. Jaarlijks werd de Heilig Bloedprocessie gehouden. De deelnemers hieraan kregen een rood draadje dat bescherming zou bieden tegen een bloedneus. 

Onder invloed van de vele omwentelingen op kerkelijk gebied verwaterden na de Tweede Wereldoorlog de religieuze gebruiken rondom de verering van het Heilig Bloed. De laatste jaren is de Bloedprocessie echter weer een jaarlijks terugkerend evenement.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon