
Handel. Kerk van Maria Hemelvaart. Interieur van de zijbeuk met het 14de-eeuwse wonderbeeld van Maria.

Mariabedevaartsplaats in Handel
De Mariabedevaartplaats in Handel zou zijn ontstaan rond 1220 toen een herder een Mariabeeld vond op een doornenstok. De verering van dat beeldje zou gevolgd zijn door wonderen en leidde tot de bouw van een kapel.
Eerst had men daarvoor een andere locatie voor ogen, maar de ossen weigerden daar te stoppen wat men beschouwde als een bewijs van goddelijk ingrijpen. Zo werd de kapel in Handel gebouwd. Op de plaats van het wonder werd in 1890 de 'ossenkapel' gebouwd.
In Handel gebeurde tijdens de bouw van de Mariakapel een tweede wonder. Toen de bouwlieden geen water meer hadden, deed Maria daar een bron ontspringen. Deze bron is er nog steeds en maakt deel uit van het bedevaartcomplex.
De ontwikkeling van Handel als pelgrimsoord is waarschijnlijk al in de middeleeuwen op gang gekomen. Omdat het gebied waar de kapel ligt vanaf 1662 exemptie genoot op het verbod om de katholieke eredienst uit te oefenen, werd het na die tijd een toevluchtsoord voor gelovigen uit Staats-Brabant.
De belangrijkste dag was de tweede Pinksterdag. Er kwamen dan duizenden pelgrims naar Handel en op zulke dagen moesten enkele tientallen priesters worden ingeschakeld om deze gelovigen de biecht te kunnen afnemen.
De huidige kerk van Maria Hemelvaart gaat terug op een 15de-eeuwse kapel. Tussen 1696 en 1708 werd aan de oostkant hiervan een nieuw koor opgetrokken; kort daarna is het schip vergroot. In 1896 werd de 15de-eeuwse toren vervangen door een neogotisch exemplaar.
Architect J.Th.J. Cuypers bouwde in 1902 een nieuw koor en de drie oostelijke traveeën van het schip werden voorzien van zijbeuken.
Langs de toegangsweg tot Handel vanuit Gemert werden zeven 'keskes' gebouwd met de Zeven Smarten van Maria.
Achter de kapel werd vanaf 1902 gebouwd aan een processiepark.