Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Breda

De kerk van Breda werd voor 1269 voor het eerst genoemd. Waarschijnlijk was de verheffing ervan tot kapittelkerk, in 1303, de aanleiding tot de bouw van de 14de-eeuwse kerk waarvan de resten onder de huidige kerk zijn teruggevonden. In 1410 begon met met deze bouw van de nu nog bestaande kerk. De werkzaamheden begonnen, zoals vaak bij middeleeuwse kerken, met de vervanging van het koor van de 14de-eeuwse voorganger. Door te kiezen voor deze volgorde kon het schip van de oude kerk tijdens de bouw in gebruik blijven. Rond het midden van de 15de eeuw werd het transept een groot deel van het driebeukige schip. De meest westelijke traveeën van het schip kwamen tussen 1468 en 1509 tot stand bij de bouw van de toren. De bouw van de kooromgang en van de kapellen die daaraan grensden vond plaats tussen 1526 en 1536.

In de kerk van Breda vinden we vele kenmerken van de Brabantse gotiek terug. In de plattegrond iherkennen we nog steeds het schema van dat van de klassieke gotiek. De opbouw van de schipwanden bestaat uit drie delen: scheibogen, triforium en lichtbeuk. De ronde zuilen tussen zijbeuken en middenschip zijn voorzien van koolbladkapitelen. De profiellijsten (schalken lopen vanaf deze kapitelen zonder enige onderbreking door tot aan de sluitsteen van het gewelf. Verder zien we maaswerk aan de koorpartij en in het interieur, zij het minder rijk dan bij de Bossche Sint-Jan het geval is. De steunberen van de kooromgang eindigen in een punt, zoals dat ook bij de steunberen van de Sint-Jan het geval is.

All kenmerken van de Brabantse gotiek vinden we ook terug aan de toren van deze kerk die tot de mooiste torens van de Nederlanden mag worden gerekend.



Meer informatie:

Wikipedia: Kapittelkerk


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon