Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch

De Bossche Sint-Jan werd in 1222 voor het eerst vermeld en lag toen waarschijnlijk nog buiten de stadmuren. Het was een romaanse kerk waarvan we vrijwel niets weten. Allen de laat-romaanse toren en de kapellen aan weerszijden daarvan zijn bewaard. Die toren vormt nu het onderste gedeelte (ongeveer even hoog als de middenbeuk) van de huidige toren. 

De bouw van de huidige kerk begon in 1380, veertien jaar nadat aan de kerk een kapittel was verbonden. Aanleiding tot de vernieuwingen was de grote aandacht voor het 13de eeuwse beeld van Onze Lieve Vrouw dat vele pelgrims aantrok.

De grootscheepse verbouwing begon met het koor. Men moet toen al een goed beeld hebben gehad van de latere plannen want het koot volgde de plattegrond van de kathedraal van Amiens en ook de latere bouwdelen zijn op dat ontwerp gebaseerd. Het bouwen op basis van voorbeelden uit de reeks van grote Franse kathedralen is een kenmerk van de Brabantse gotiek. Het koor is voorzien van een omgang en zeven straalkapellen. Tussen 1425 en 1445 werd de oostwand van het transept gebouwd, vervolgens de rest van het transept en de twee meest oostelijke traveeën van middenschip en zijbeuken. Bouwmeester Alart du Hamel zette in 1478 de werkzaamheden aan de noordbeuken en het middenschip voort en realiseerde ook de broederschapskapel aan de noordkant van de het koor. Zijn leerling en opvolger Jan Heyns zette de werk voort tot aan zijn dood in 1516. Hij bouwde ook de gotische geleding op de laatromaanse toren. In deze tijd werd ook het werk voortgezet aan de grote toren op de kruising van schip en dwarsbeuk. In 1529 was de kerk zo goed al gereed.

In de Sint-Jan vinden we veel van de kenmerken van de Brabantse gotiek terug. De klassieke plattegrond is al genoemd. Ook de driedelige opbouw van de wanden van schip en koor met scheibogen, triforium en lichtbeuk volgens Frans model is in de Brabantse gotiek gebruikelijk. Zuilen en kapitelen met het koolbladmotief heeft de kerk niet. Zowel in het middenschip als in de zijbeuken staan zware pijlers die rijk zijn geprofileerd. De vele profiellijsten lopen geheel ononderbroken, dus zonder kapitelen, door tot in scheibogen en in de ribben van de gewelven. Dat verticale lijnenspel geeft een grote rijzigheid aan het interieur. Toch is de verhouding tussen breedte en hoogte van het middenschip een stuk minder groot dan bij de kathedraal van Amiens en de meeste andere Franse kathedralen. Zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant zijn de wanden versierd met een fijne tracering die een grote mate van levendigheid geeft aan het muurwerk, vooral wanneer de zon zorgt voor voldoende slagschaduw. Dit maaswerk is een van de meest duidelijke kenmerken van de Brabantse gotiek. Ook het afschuinen van de steunberen lijkt te zijn gedaan om de contrasten tussen licht, donker en tussenliggende tonen te versterken. We zien het vrijwel uitsluitend bij Brabantse kerken.

De bouw van de Sint Jan heeft grote gevolgen gehad voor de artistieke ontwikkelingen in het huidige Noord-Brabant omdat ambachtslieden van heinde en ver werden aangetrokken om aan de uitvoering bij te dragen.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon