Grote dorpskerken

In een aantal dorpen in Brabant werden in de late middeleeuwen kerken gebouwd van een omvang die ons nog steeds verbaast. Ze duiden tegen de achtergrond van de nog altijd beperkte inwonersaantallen van die tijd op een grote welstand. Meestal waren deze dorpen uitgegroeid tot vlekken die een economische regiofunctie hadden en over ruimere middelen beschikten dan eenvoudige akkerdorpen. Ook was aan de kerk in deze grotere plaatsen vaak een kapittel verbonden dat over een ruim eigen vermogen beschikte en ook middelen had dit aan te vullen. Dat verklaart waarom de meeste van deze kerken een langgerekt koor hadden. Dat was nodig om ruimte te bieden aan de kapittelleden die hier voor het koorgebed bij elkaar kwamen. 

Baksteen was het belangrijkste bouwmateriaal. Wanneer ook natuursteen werd toegepast was dit materiaal meestal afkomstig van een oudere romaanse kerk. Dikwijls werden dan lage baksteen afgewisseld met de tufsteen van dat oudere gebouw. We noemen dat speklagen. Aan de buitenkant van de kerken werd op bescheiden mate stucwerk aangebracht, meestal vooral in de spaarvelden, ondiepe vlakke nissen in het muurwerk. Het lichte stucwerk, dat tegenwoordig in bijna overal verdwenen is, vormde een fraai contrast met de rode baksteen.

Een opvallend onderdeel van veel van deze kerken was de toren. Deze torens worden elders apart besproken.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon