Kleine dorpskerken
In de kleinere dorpen in Brabant werden kerken gebouwd die pasten bij de omvang van de bevolking en bij de meer bescheiden middelen die de mensen daar beschikbaar hadden. In het merendeel van de gevallen gaat het wel om driebeukige kerken, maar de grootte ervan kan verschillen. In de kleinste dorpen werden dikwijls bescheiden pseudobasilikale kerken gebouwd. Bij dat type kerkj ontbreekt een lichtbeuk en zitten de middenschip en twee zijbeuken onder één kap. Grotere kerken hebben meestal wel een lichtbeuk omdat het de interieurs lichter maakt.
Bij de bouw van de kleinere kerken is meestal sprake van soberheid. Er is weinig aandacht besteed aan niet functionele decoratie. Wel hield men vast aan gotische elementen als naar boven toe kleiner wordende steunberen en gotische spitsboogvensters.
Veel kleinere dorpskerken zijn verdwenen omdat ze na 1800 te klein bleken voor de snel groeiende bevolking. Dat geldt onder meer voor de hier afgebeelde kerk van Teteringen die in 1809 werd teruggeven aan de katholieken en in 1820 werd vervangen door een groter gebouw. Kerken die bij de hervormden in gebruik bleven, hebben die sloopfase meestal wel overleefd omdat hun beperkte omvang voor de doorgaans kleine protestantse gemeenschappen wel voldoende was.
