Kerkgebouwen van ca. 1600 - ca. 1800

In 1648 moesten alle kerkgebouwen die in bezit waren van de katholieken, worden overgedragen aan de Hervormden. Hun aantal was echte beperkt en de - meestal middeleeuwse - kerkgebouwen waren meer dan groot genoeg voor deze kleine gemeenschappen. Dikwijls gebruikten zij zelfs maar een deel van de kerk, met name het koor, en kreeg de rest van het gebouw de functie van raadhuis of schooltje. Zeker was dat het geval bij kerken die in de Tachtigjarige Oorlog zware schade aan het schip en de zijbeuken hadden opgelopen, zoals de kerk van Vught en Boxtel. 

Doordat in vrijwel alle dorpen en steden voldoende kerkruimte voor de protestanten aanwezig was, beperkte de bouw van nieuwe kerken zich tot enkele schaarse voorbeelden waar kerkruimte ontbrak, zoals Capelle, of waar sprake was van een min of meer nieuwe of ingrijpend vernieuwde nederzetting, zoals Dinteloord, Hooge Zwaluwe en Willemstad. In Ravenstein, een katholieke enclave, verrees de enige grote katholieke kerk uit deze periode. De middeleeuwse kerk van Handel werd in deze periode ingrijpend verbouwd. Daarnaast werden in deze katholieke gebieden verschillende kleine kapellen gebouwd. 

Tenslotte vermelden we de schuilkerken waar in het geheim diensten plaatsvonden, en schuurkerken die door de katholieken met oogluikende toestemming van het Staatse gezag werden gebouwd.

Het dramatische lot van enkele middeleeuwse kerken wordt goed geïllustreerd door dat van de Lambertuskerk in Vught, waarvan hier twee schetsen door Hendrik Verhees zijn afgebeeld. Door met de cursor naar de plattegrond te gaan wordt zichtbaar welke delen in 1787 nog overeind stonden en waarvoor ze werden gebruikt.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon