Kerken in neo-stijlen

De neo-stijlen zijn een product van de Romantiek. De oudste voorbeelden vinden we al vóór 1800 en ook de meeste waterstaatskerken zijn in wezen in een neostijl opgetrokken. Het neoclassicisme bleef lang in de 19de eeuw bestaan, zij het dat voor katholieke kerken steeds vaker naar de neogotiek werd uitgeweken. Deze stijl riep immers bij katholieken herinneringen op aan de voor het christendom als glorieus beschouwde periode toen de Kerk nog niet verdeeld was. 

De belangstelling voor de gotiek als bouwstijl in Brabant hangt samen met de aanwezigheid van koning Willem II die in Tilburg een paleis in die vormgeving had laten bouwen. Het was in deze fase nog vooral een decoratieve stijl waarbij gotische bouwelementen werden toegepast, zonder dat men ook echt de gotische constructietechniek toepaste. De eerste gotische kerken in Noord-Brabant zijn de Goirkesekerk in Tilburg en de Servatiuskerk in Schijndel, beiden voltooid in 1839. Ze zijn opgetrokken in baksteen en hoewel ze door het formaat van bijvoorbeeld de vensters afwijken van wat men gewoon was te zien bij middeleeuwse Brabantse kerken vallen ze niet echt uit de toon. Karakteristieker van vormgeving zijn twee protestantse bouwwerken: de Hervormde Kerk van Helmond en de Lutherse Kerk in Den Bosch, beiden door Arnoldus van Veggel. 

Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 werd de neogotiek ook door de katholieken overgenomen. Een vroeg voorbeeld is het kleine neogotische kerkje van Overlangel. Later in de 19de eeuw volgden de grote kerken van Veghel, Eindhoven, Tilburg en vele andere plaatsen. Daarbij werd steeds vaker gekeken naar middeleeuwse voorbeelden uit de Franse gotiek. De neogotiek bleef tot in de 20ste eeuw in zwang. Na ca. 1870 werden behalve gotische ook Romaanse vormen toegepast, waarbij men zich vooral op de middeleeuwse gebouwen in het Rijnland oriënteerde.

Een geval apart is de basiliek van Oudenbosch die naar het voorbeeld van de Italiaanse renaissance is opgetrokken.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon