Waterstaatskerken
In 1824 werd een landelijke subsidieregeling van kracht voor de bouw van kerken. Voorwaarde voor het verkrijgen van deze subsidie was dat architecten van het Ministerie van Rijkswaterstaat toezicht hielden op de bouw. Omdat dit toezicht een administratieve regeling inhield en er geen voorwaarden werden gesteld aan de gekozen bouwstijl, kan het begrip Waterstaat dan ook niet zonder meer als een stijlaanduiding worden beschouwd.
Wel was het neoclassisme, overeenkomstig de mode van de tijd, vooral in de eerste jaren van de regeling dominant, maar ook daarbinnen waren nog vele variaties mogelijk. Mettertijd kwam er ook ruimte voor de toepassing van gotische vormen.
De subsidieregeling eindigde in 1875 en heeft dus een halve eeuw zijn stempel gezet op de bouw van zowel protestantse als katholieke kerkgebouwen.
