ca. 1550 - ca. 1700
Na 1550 werden er vrijwel geen houten huizen meer gebouw, al was het maar omdat de stadsbesturen dat ontmoedigden en met subsidies op stenen en dakpannen de verstening van de stad stimuleerden. Alleen de onderpuien van huizen die tevens als bedrijfspand dienst deden werden nog dikwijls in hout uitgevoerd omdat de dan gemakkelijker konden worden aangepast wanneer de bedrijfsvoering daartoe aanleiding gaf. Een verandering in het interieur van veel huizen was de introductie van de gang waardoor de layout van de woningen praktischer werd. We herkennen deze huizen aan het feit dat de deur niet in het midden, maar aan links of rechts in de voorgevel zit. Ook kwam in de 17de eeuw het gebruik van gewoon glas in plaats van kleine glas-in-loodramen in zwang. Omdat glas minder kostbaar werd, konden de ramen ook groter worden.
De toepassing van steen leidde tot omstreeks 1550 tot een nieuwe manier van het versieren van gevel. Baksteen werd afgewisseld met natuursteen, de trapgevel kwam steeds meer in en er kwam reliëf in de gevels door het laten uitspringen van natuurstenen waterlijsten die horizontaal in het muurvlak waren aangebracht en door spaarvelden rondom vensters en deuren. Het huis De Gulden Hopsack in Den Bosch is een voorbeeld van dit type stadswoning.
Tussen 1550 en 1650 werden gevels soms erg rijk voorzien van een combinatie van ornamenten in verschillende materialen. Een voorbeeld is de natuurstenen gevel van Huis London in Bergen op Zoom.
Ná 1650 werd de bouwstijl strakker, mede onder invloed van het sobere Hollandse classicisme. De afwisseling van natuur en baksteen komt dan minder voor, versieringen aan de gevels worden minder. Een gevelindeling met strakke pilasters met kapitelen naast de vensters komt vrij veel voor. Ook de topgevels veranderen. Trapgevels maakten steeds vaker plaats voor halsgevels (een rechthoek geflankeerd door twee gebogen zijstukken), klokgevels (twee gebogen zijkanten en bekroond door een segmentvormig fronton) en lijstgevels (afgesloten door een rechte kroonlijst).
Veel mensen konden zich deze tamelijk luxe huizen niet permitteren. Zij huurden een of meerdere vetrekken die cameren werden genoemd, met een gemiddelde afmeting van 3,5 bij 5 meter.
