De 18de eeuw
De ontwikkeling van het stadswoonhuis in de 18de eeuw in Noord-Brabant zijn in vorm en stijl varianten op de statige huizen zoals we die ook in Holland kennen. Het onderscheid met huizen uit de 17de eeuw betreft vooral de interieuren die symmetrischer werden ingedeeld dan voorheen. Verder kregen de huizen geleidelijk aan steeds grotere vensters. Ook zien we dikwijls bredere huizen omdat rijke huiseigenaren twee ouder panden samen voegden en daar een nieuwe gevel voor plaatsten.
De stijl waarin ze werden opgetrokken is de Lodewijk XIVde stijl gekenmerkt door strakke symmetrie en barokke vormen, de Lodewijk XVde stijl, asymmetrisch en met overdadige en grillige decoratie (rococo) of de Lodewijk XVIde-stijl die gekenmerkt wordt door een terugkeer naar klassieke, strakke vormen en een grote terughoudendheid wat betreft decoratieve details.
Voor al deze stijlen geldt dat de gevels meestal een rechte kroonlijst hebben. Stoepbordessen zoals we die veel zien in Amsterdam, komen in Brabant wat minder vaak voor, maar ze zijn er wel, bijvoorbeeld bij Trap en klokgevels werden in deze periode vrijwel niet meer gebouwd, wel vinden we in het noord-westen van de provincie, van Heusden tot Budel, een merkwaardige verbreiding van krulgevels met in- en uitzwenkende stukken.
