Middeleeuwen tot ca. 1600
De ambachtslieden en kooplieden waaruit het grootste deel van de stadsbevolking bestond woonden aanvankelijk vooral in houten huizen. Huizen bestonden daarbij uit een voorgedeelte dat dienst deed als bedrijfsruimte, en een achterhuis waar werd gewoond. Omdat men voor de bedrijfsruimte veel licht nodig had, werd die dikwijls hoger dan het woongedeelte. De vensteropeningen hadden oorspronkelijk nog geen glas, maar slechts houten luiken. Voordat glas, in dit geval glas-in-lood, werd toegepast, werden vensteropeningen ook wel gesloten met varkensblaas of geölied linnen.
De houtbouw maakte geleidelijk aan plaats voor het steeds ruimer toepassen van baksteen. In eerste instantie werden alleen de schoorstenen in steen gemetseld, vervolgens werden de zijmuren van de huizen in steen opgetrokken. De kwetsbaarheid van de huizen in geval van brand nam daarmee al aanzienlijk af. Voor- en achtergevels werden ook dan nog vaak uitgevoerd in hout. Daarin waren twee technieken. In de eerste plaats de geheel van houten planken getimmerde gevel, al dan niet met naar voren verspringende bovenverdiepingen; in de tweede plaats de vakwerkbouw waarbij een constructie van houten balken het skelet vormde, dat werd opgevuld met lemen of bakstenen vulwerk.
Tegen het einde van de middeleeuwen werd voor nieuwbouw steeds vaker de voorkeur gegeven aan huizen die geheel in baksteen waren opgetrokken. Veel steden vaardigden regels uit waarin het verboden werd om nog in hout te bouwen. Behalve baksteen werd ook nog op bescheiden schaal natuursteen verwerkt in de vorm van horizontale stroken en vensteromlijstingen.
Veel middeleeuwse huizen zijn bewaard gebleven in de Bossche binnenstad, zij het dat ze vaak verborgen zitten achter 18de- of 19de-eeuwse gevels. Mede dankzij uitgebreid bouwhistorisch onderzoek naar de geschiedenis van deze panden zijn we over de Bossche situatie erg goed geïnformeerd.
In Breda zijn weinig zichtbare resten van middeleeuwse huizen bewaard omdat veel woningen in vlammen opgingen bij de stadsbranden van 1490 en 1534. Op de vaak gespaarde kelders van deze huizen werden in de 16de eeuw smalle bakstenen huizen gebouwd met trapgevels. Een deel van deze huizen is bewaard achter nieuwe, merendeels 19de eeuwse, gevels. Verder stonden er in Breda verschillende hofhuizen waarvan er enkele nog laatmiddeleeuwse kenmerken hebben.
Ook Bergen op Zoom bezit nog wel enkele panden die in de kern middeleeuws zijn, maar deze oudste delen zijn door latere verbouwingen zo goed als aan het oog onttrokken. Hetzelfde geldt voor Eindhoven en Helmond.
