Bossche refugiehuizen
In Den Bosch zijn twee refugiehuizen bewaard gebleven die teruggaan op 16de eeuwse vrijstaande stadhuizen. Ze danken hun naam aan de omstandigheid dat ze tegen het einde van de 16de of begin 17de eeuw gebruikt werden als toevluchtplaatsen voor kloosters die vanwege de Tachtigjarige Oorlog en de godsdienstonlusten hun kloosters elders in Brabant moesten verlaten.
Het Refugiehuis van de Abdij van Sint-Geertrui is in het begin van de 16de eeuw gebouwd als woonhuis. Het heeft een rechthoekige plattegrond en een hoog zadeldak tussen twee trapgevels. Tegen de zuidgevel is een traptoren gebouwd. Tot aan de inname van de stad in 1629 diende dit huis als refugiehuis. Daarna kreeg het andere functies. Het is een goed voorbeeld van een eenvoudig vrijstaande stenen stadswoning uit de late middeleeuwen.
Ook het Refugiehuis van het klooster Mariënhage werd in 1501 gebouwd als een particulier woonhuis. Tussen 1535 en 1549 werd het verhoogd en in noordelijke richting uitgebreid waardoor een L-vormige plattegrond onstond. In de hoek van de twee vleugels werd een veelhoekige traptoren gebouwd. In 1593 kwam het huis in bezit van het klooster Mariënhage uit Woensel dat het tot 1629 als refugiehuis gebruikte.