Vlekken en steden

Al voor dat er steden waren had Noord-Brabant marktplaatsen, dorpen met een bovenlokale betekenis. Deze marktplaatsen hadden dikwijls vrijheidsrechten die ze meer armslag gaven. Ze werden vaak vlekken genoemd. Vanwege de dikwijls aanwezige verbindingswegen spreekt men ook wel van baanderdorpen. Rond 1200 kreeg Noord-Brabant de eerste 'echte' steden die qua omvang groter waren dan marktplaatsen en die een grotere rol speelden in het bestuur. Dat gold ook voor Hollands Brabant dat geen deel uitmaakte van het hertogdom.

De stichting van steden door de Brabantse hertogen dienden meestal hogere belangen dan alleen de lokale. Zo stichtte Hendrik I (1190-1235):

  • 's-Hertogenbosch (ca. 1185),
  • Oisterwijk (1213),
  • Sint-Oedenrode en Eindhoven (beide 1232).

Die nieuwe stichtingen gingen ten koste van de ontwikkeling van oudere bestuurlijke centra zoals Oirschot en Hilvarenbeek.

De stedelijke ontwikkelingen stagneerden in de tachtigjarige oorlog en kwamen pas in de 19de eeuw, met de opkomst van de industrialisatie en moderne verbindingen als de spoorwegen, op gang.

Thans is verstedelijking een verschijnsel dat zelfs op dorpen zijn stempel drukt.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon